Houtkachel stoken: tips en droog hout
Een goede houtkachel is het halve werk; de andere helft is hoe je stookt. Met droog hout en de juiste aanpak krijg je meer warmte uit minder hout, blijft het glas schoon en heb je minder last van rook – jij en je buren. Op deze pagina vind je onze belangrijkste stooktips.
1. Alles begint met droog hout
Vers gekapt hout bevat soms meer dan de helft water. Dat water moet eerst verdampen voordat het hout echt brandt. Dat kost energie, geeft veel rook en zorgt voor roet en teer in je schoorsteen. Stook daarom alleen met hout dat minder dan 20% vocht bevat.
Hoe herken je droog hout?
- Het is lichter dan je verwacht en heeft scheurtjes aan de kopse kanten.
- Twee blokken tegen elkaar geslagen klinken hol en helder, niet dof.
- De schors laat makkelijk los.
- Het zekerst is een vochtmeter: prik in een vers gekloofd vlak.
Hout zelf drogen
Kloof het hout, stapel het luchtig op een droge, winderige plek en dek alleen de bovenkant af. Reken op minstens een tot twee jaar, afhankelijk van de houtsoort. Geen tijd of ruimte? Kies dan kant-en-klaar droog haardhout, zoals ons eiken haardhout, of RUF-briketten.
2. Welke houtsoort?
- Hardhout (eiken, beuken, essen) brandt langzaam en geeft veel warmte. Ideaal voor de basis.
- Zachthout (dennen, sparren, berken) brandt snel en fel. Handig om aan te steken.
- Niet stoken: geverfd, gelakt of geïmpregneerd hout, spaanplaat, pallets met behandeling, karton en afval. Dat is slecht voor je kachel, je schoorsteen en de lucht.
3. Aansteken van boven
De schoonste manier om aan te steken is de top-down methode:
- Leg onderin twee of drie grotere blokken.
- Daarop een laag kleinere stukken.
- Bovenop dunne aanmaakhoutjes met een aanmaakblokje.
- Zet alle luchttoevoer en de smoorklep helemaal open en steek bovenin aan.
Het vuur brandt nu langzaam naar beneden. De rookgassen gaan door de vlammen en verbranden mee. Zo heb je minder rook bij het opstarten en wordt het rookkanaal snel warm. Dat helpt ook tegen trekproblemen.
4. Bijvullen en regelen
- Leg nieuw hout op een bed van gloeiende kolen, niet op een bijna gedoofd vuur.
- Liever vaker een paar blokken dan de kachel in één keer volstoppen.
- Laat na het bijvullen de lucht even ruim open tot het hout goed brandt; knijp daarna pas wat terug.
- Smoor het vuur niet volledig af om lang te branden: dat geeft rook, teer in de schoorsteen en een zwart glas.
- Een kachelpijpthermometer laat zien of je in het goede bereik stookt.
5. Let op het weer
Bij windstil, mistig weer blijft rook laag hangen. Dan heeft de buurt er sneller last van. Stook op zulke dagen liever minder of niet. Houd ook het stookadvies in de gaten dat soms wordt gegeven bij slechte luchtkwaliteit. Zeker in een stad als Amsterdam, waar huizen dicht op elkaar staan, maakt dit verschil. Lees ook Houtkachel Amsterdam.
6. Het juiste vermogen
Een kachel die te groot is voor de ruimte stook je vaak te laag – met meer rook en vervuiling als gevolg. Twijfel je? Lees Welke kW houtkachel heb ik nodig?.
7. As en onderhoud
Een dun laagje as onderin isoleert en is prima. Haal overtollige as weg als die de luchttoevoer blokkeert. Doe as altijd in een metalen emmer en laat het buiten afkoelen. Houd het glas schoon met glasreiniger en laat je schoorsteen elk jaar vegen. Meer op houtkachel onderhoud.
8. Veilig stoken
Hang een CO-melder op, zorg voor voldoende ventilatie en houd brandbare spullen op afstand. Lees CO-melder en ventilatie bij een houtkachel.
Vragen?
Wil je advies over stoken met jouw kachel? Bel ons op 020 489 35 47. Handige accessoires zoals haardsets en houtdragers vind je bij accessoires.
